Werknemer

Verschijningsvormen van sociale onveiligheid

Sociale onveiligheid – pesten of mobbing – op het werk kent vele verschijningsvormen. De afgelopen dertig jaar lopen werk en privé steeds meer in elkaar over, zoals het bekijken van privé mail op het werk maar ook het aannemen van werktelefoontjes tijdens het boodschappen doen. Door dit ‘nieuwe werken‘ vervagen grenzen, waar niet iedere werknemer mee overweg kan. Tegenwoordig zie je steeds vaker dat omstanders het hulpverleners bijna onmogelijk maken hun taak uit te voeren. De omgeving waarin werknemers hun werk doen vertoont steeds vaker agressie zoals ontevreden en gefrustreerde klanten. Ook collega’s onderling kunnen er wat van – saboteren van werkprocessen, onthouden vitale informatie, boycotten, negeren, uitschelden, roddelen, stelen of stukmaken van eigendommen, wegnemen van post, ontvangen en doorsturen van irritante e-mail, voorstellen doen tot seks, aanspreken met racistische kenmerken of seksuele geaardheid, discrimineren op leeftijd, doorsturen pornosites, bezoeken op thuisadres of bellen, bedreigen of achtervolgen en wapengebruik – helaas komt dit zinloze geweld steeds vaker voor. Als voorbeeld volgen er drie korte verhalen.

Diefstal bij daglicht

Riet werkt al 20 jaar bij een juwelier. Het is een kleine winkel in een gewone winkelstraat. Ergens in een buitenwijk van de provinciestad. Ze kent de branche goed en heeft hart voor het vak. Ze heeft er door de vele jaren ervaring veel tevreden klanten mee opgebouwd. Op een dag staat haar leven op zijn kop. Twee gewapende mannen dringen het pand binnen en onder bedreiging wordt haar verzocht om de kasten leeg te halen. Daar bleef het echter niet bij. Nog geen twee weken later staan er drie mannen met een bivakmuts in de winkel. Eén heeft al de voorruit ingeslagen en ze moet het alarm uitzetten. Ze dwingen de klanten naar één kant te lopen en een collega wordt meegevoerd naar de kluis. Dit is teveel voor Riet. Binnen een maand tijd ziet ze in iedere passant een gevaar. Ze besluit na 6 weken om ontslag te nemen. Het bedrijf vangt haar goed op en met een psycholoog heeft ze een aantal gesprekken voor de verwerking. Maar het werk ziet ze niet meer zitten. Momenteel werkt ze al weer op tijdelijke basis in een verpleeghuis. Heeft ze er nu goed aan gedaan om haar opgebouwde rechten zo maar overboord te zetten?

Dagelijkse pesterijen

Wiau werkt als gespecialiseerd verpleegkundige op de kinderafdeling in Japan. Ze is jong en wil niet al zo vroeg in een vast patroon van haar leven belanden. Dan besluit ze om een jaar naar Engeland te gaan en de Engelse taal te leren. In Londen wordt ze verliefd op Hans en na een heerlijk aantal maanden gaat ze met hem mee naar Nederland. In Nederland kan ze niet met haar diploma’s aan de slag. Ze besluit om Nederlands te gaan leren en bij een Japanse autodealer te gaan werken. Nadat ze hier twee maanden werkt beginnen de problemen. De directe chef pleziert het kennelijk om haar van allerlei zaken te beschuldigen: fouten in de administratie, klachten van klanten. Hij laat haar langer laten doorwerken om het te corrigeren. Wiau weet zeker dat het niet klopt. Ze kan hem in het Nederlands moeilijk tegenspreken. De collega’s weten dat hij deze trucs wel vaker uithaalt maar durven geen partij te kiezen. Wiau is deze beschuldigingen niet gewend en keert zich steeds meer in zichzelf. Op een dag meldt ze zich ziek omdat het haar teveel wordt. Een tweetal collega’s bellen haar na drie dagen op. Ze begint weer op de vierde dag. Ze belt samen met Hans de arbodienst om te vragen of ze bij de bedrijfsarts kan worden uitgenodigd. Ze slaapt dan inmiddels slecht, heeft huilbuien. Hans gaat mee naar de bedrijfsarts om haar bij te staan. De bedrijfsarts hoort het verhaal aan en wijst haar op een beleid gericht tegen intimidatie in het bedrijf en de mogelijkheid van het raadplegen van een vertrouwenspersoon.

Overgeplaatst na klacht

In het onderwijs ben ik bedreigd met lichamelijk geweld door een collega. Ik heb dit gemeld bij mijn werkgever. Die stuurde me door naar de vertrouwenspersoon, deze had geen oplossing en stuurde me door naar de klachtencommissie van het overkoepelende bestuur van dit onderwijs. Mijn werkgever kon niets doen, volgens hem, zolang de klacht hier in behandeling was, dus zat ik maanden ziek thuis. Vervolgens uitspraak, klacht gegrond verklaard, maar volgens de commissie “getuigde ik van weinig professionaliteit”. Vervolgens werd ik, als slachtoffer, verplicht overgeplaatst. Omdat ik dit bleef weigeren werd ik op staande voet ontslagen.