Mobbing in wetboek van strafrecht

Door samenwerking binnen ons netwerk is dit artikel tot stand gekomen, allen bedankt.
Rubriek: wetgeving door C. Verschuren, 07 augustus 2015

Het Stagira netwerk van experts is benaderd om mee te denken over het opnemen van mobbing in het wetboek van strafrecht.
De tweede kamer denkt momenteel na over de mogelijkheden voor invoer van zo’n wetsartikel. Yvonne van de Heuvel komt in haar indrukwekkende scriptie van 83 pagina’s tot de conclusie dat dit zeker wel mogelijk is. De mogelijkheden die ze ziet om nieuwe wetgeving tot stand te brengen zijn:

  1. mobbing niet via een nieuw wetsartikel strafbaar stellen, maar te vervolgen,
    zoals thans mogelijk is, via separate wetsartikelen per gedraging, zoals mishandeling, vernieling of bedreiging;
  2. mobbing strafbaar stellen via het anti-belagingsartikel, zoals in België is gedaan;
  3. mobbing strafbaar stellen via een separaat wetsartikel, los van het anti-belagingsartikel.

Via systematisch redeneren en afweging van Nederlandse en Belgische wetgeving in het Wetboek van Strafrecht komt ze tot de conclusie dat de laatste optie met enige aanpassingen zeer reëel is. Als tekst komt ze na wikken en wegen tot de volgende mogelijke strafbepaling:

schreeuwende persoon“Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer door op de werkvloer jegens een werknemer verbaal, fysiek of psychisch geweld te plegen of diens eigendommen te vernielen wordt, als schuldig aan mobbing, gestraft met…”

Na de toetsing van het anti-mobbing artikel aan de eisen van De Roos lijkt haar dat niets in de weg staat om een poging te doen om het probleem mobbing via voornoemde voorgestelde strafbepaling aan te pakken.

Het Stagira expert netwerk beveelt aan om betreffende scriptie van Yvonne van de Heuvel te lezen http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=113742 en steunt de verkenning voor opname in het wetboek van strafrecht door het ministerie.

Dit artikel is mede tot stand gekomen door de input van Paul Kemperman en Gerrit Hartholt.