Omgaan met verandering

Omgaan met verandering

Sinds het einde van de roerige jaren ‘60 is het leven in Nederland erg veranderd. Er is door een voorhoede gestreden om een verhoging van (keuze)vrijheid op een groot aantal levensterreinen. De verworven vrijheden hebben gevolgen in de publieke sfeer en in de privé- sfeer, en ook op de werkvloer is het een en ander veranderd. Democratisering, ontzuiling, inspraak, een toegenomen eigen verantwoordelijkheid zijn begrippen die daarbij horen.

 

 Door de veranderde maatschappelijke verhoudingen gaan mensen anders met elkaar om. De omgangsvormen zijn losser in vergelijking met vroeger. Niet iedereen kan met deze veranderingen omgaan. De eisen die worden gesteld zijn hoog. Zeker op het gebied van sociale vaardigheden. Een vrijere manier van omgaan met elkaar kan ontaarden in ongewenste omgangsvormen. In de media wordt regelmatig geschreven over de te ver doorgevoerde mondigheid, de toegenomen agressie en de onbeschofte houding in het publieke leven jegens elkaar. De in de zestiger jaren zo zwaar bevochten mondigheid is meer dan eens verworden tot “grote mond- igheid”. Het “ik -tijdperk”, waarin het individu steeds meer tot zijn recht mocht komen en het collectief naar achteren is gedrongen, heeft zich hier en daar ontwikkeld tot een doorgeschoten “alléén ik- tijdperk”. Rekening houden met anderen en respect hebben voor anderen is niet vanzelfsprekend.
Daarnaast is over de afgelopen dertig jaar een verandering opgetreden in de relatie tussen werk en privé.> lees verder